Naar hoofdinhoud

Artikel 1

– Begripsbepalingen

Onderdeel van nr 05.05 Verordening Speelautomatenhallen Zevenaar 2006

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet op de kansspelen; speelautomatenbesluit: het Koninklijk Besluit van 24 november 1986, en zoals nadien gewijzigd, houdende regelen ter uitvoering van titel Va van de wet; speelautomaat: een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, electrisch of electronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen; behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan: het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of het recht op gratis spellen, en het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de speelduur verlengd of het recht op gratis spellen verkregen wordt; kansspelautomaat: een speelautomaat, die geen behendigheidsautomaat is; speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder c, van de wet; ondernemer: de natuurlijke- of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert; beheerder: degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast; openbare weg: alle voor het openbare rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot die wegen of paden behorende bermen, trottoirs, parkeergelegenheden en zijkanten, alsmede kampeerplaatsen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel