Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 11.

Citeertitel

Onderdeel van Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Roerdalen 2015

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Roerdalen 2015. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 17-12-2014 De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier, De voorzitter, R.J.J. Notermans mr. M.D. de Boer-Beerta Algemene toelichting Verordening Tegenprestatie Het college is bevoegd een uitkeringsgerechtigde te verplichten naar vermogen een tegenprestatie te verrichten, ook als die tegenprestatie niet direct samenhangt met arbeidsinschakeling. Een uitkeringsgerechtigde van achttien jaar of ouder maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd is vanaf de dag van melding gehouden naar vermogen een tegenprestatie te verrichten. Dit is vastgelegd in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De tegenprestatie bestaat uit de plicht om naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten, naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Verordeningsplicht De Participatiewet legt de gemeenteraad de plicht op om bij verordening regels vast te stellen over het opdragen van een tegenprestatie door het college aan een belanghebbende met een bijstandsuitkering in de leeftijd van 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd (artikel 8a, eerste lid, onderdeel b Participatiewet). Het is aan de gemeente om de duur, omvang en inhoud van de tegenprestatie te regelen. Plicht college ontwikkelen beleid Het college heeft de opdracht beleid te ontwikkelen ten behoeve van het verrichten van een tegenprestatie en het uitvoeren ervan overeenkomstig de Verordening tegenprestatie (artikel 7, aanhef, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet). Individuele omstandigheden Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard, de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen tegenprestatie. Hierbij moet het college de in de wet en in deze verordening opgenomen de criteria in acht nemen. Als het college een tegenprestatie vraagt van uitkeringsgerechtigde, moet het een duidelijke omschrijving geven van de te verrichten werkzaamheden. Het moet voor een uitkeringsgerechtigde immers duidelijk zijn welke tegenprestatie van hem verwacht wordt. Geen tegenprestatie Indien daarvoor voldoende redenen - zoals zorgtaken - aanwezig zijn, kan het college in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de plicht tot het verrichten van een tegenprestatie (artikel 9, tweede lid, van de Participatiewet). De plicht tot tegenprestatie is niet van toepassing op een uitkeringsgerechtigde die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 9, vijfde lid, van de Participatiewet. De plicht tot tegenprestatie is voorts niet van toepassing op een alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet (artikel 9, zevende lid, van de Participatiewet). Afstemmen Net als bij het niet nakomen van de arbeids- en re-integratieverplichting geldt voor het niet nakomen van de tegenprestatie dat de bijstand kan worden afgestemd overeenkomstig de gemeentelijke Afstemmingsverordening. Bevoegdheid opdragen tegenprestatie De bevoegdheid van het college om een uitkeringsgerechtigde te verplichten naar vermogen een tegenprestatie te verrichten geldt al sinds 1 januari 2012. De regering meent dat de tegenprestatie voor uitkeringsgerechtigden een gelegenheid is om te blijven participeren in de samenleving en om een sociaal netwerk, arbeidsritme en regelmaat te behouden. Dit zijn volgens de regering ook noodzakelijke voorwaarden om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Tegenprestatie is geen re-integratievoorziening De plicht tot tegenprestatie heeft tot doel om maatschappelijk nuttige werkzaamheden te doen in de samenleving als tegenprestatie voor het ontvangen van een uitkering. Het opdragen van een tegenprestatie heeft niet primair tot doel de re-integratie van een uitkeringsgerechtigde te bevorderen, maar moet worden gezien als een nuttige bijdrage aan de samenleving (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7, p. 49-50). De tegenprestatie is daarom naar zijn aard niet gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt en is niet bedoeld als re-integratievoorziening. Voorts mag een tegenprestatie het accepteren van algemeen geaccepteerde arbeid of van re-integratie inspanningen niet belemmeren. Immers, als uitgangspunt geldt werk boven uitkering. Artikelsgewijze toelichting Verordening Tegenprestatie

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel