Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7.

Regels voor persoonsgebonden budget (pgb)

Onderdeel van De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Drimmelen 2015

1.. Een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, indien: de cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst geleverd te krijgen; naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt. 2.. Het tarief voor een persoonsgebonden budget voor een voorziening: is toereikend voor het aanschaffen en eventueel onderhouden en verzekeren van de goedkoopst adequate voorziening, en bedraagt maximaal de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura. 3.. Een persoonsgebonden budget voor een voorziening ten behoeve van de zelfredzaamheid en/of participatie dient binnen zes maanden na toekenning te zijn besteed en te worden verantwoord. Bij woningaanpassingen geldt een termijn van 24 maanden. 4.. Na ontvangst door de gemeente van de factuur van de geleverde voorziening wordt het persoonsgebonden budget ter beschikking gesteld. 5.. Het tarief voor een persoonsgebonden budget voor ondersteuning: is toereikend om effectieve en kwalitatief goede ondersteuning in te kopen, en bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate ondersteuning in natura. 6.. Een cliënt aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, kan ondersteuning betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk. Deze persoon krijgt een lager tarief betaald voor zijn ondersteuning dan door de gemeente gecontracteerde aanbieders. 7.. Een persoonsgebonden budget voor ondersteuning ten behoeve van de zelfredzaamheid en/of participatie dient binnen zes maanden na toekenning te worden besteed om de ingezette ondersteuning te bekostigen. 8.. Tussenpersonen of belangbehartigers mogen enkel met toestemming van het college uit het persoonsgebonden budget worden betaald. 9.. Het college kan nadere regels stellen over de hoogte van het persoonsgebonden budget en de controle op de besteding.

Rechtspraak bij dit artikel