In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de
precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het
belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de
belastingplicht.
In de gevallen bedoeld in artikel 7, tweede lid, is de
precariobelasting verschuldigd bij het einde van het
belastingtijdvak.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting
verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak
verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
eindigt, bestaat er aanspraak op ontheffing voor de naar
jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde
gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting
als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog
volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van
de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00.
Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.
Artikel 9
Ontstaan belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2015