De volgende gedragingen leiden tot een verlaging van de uitkering met 33 1/3% voor de duur van 3 maanden:
het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet.
het door eigen toedoen geen of onvoldoende gebruik maken van scholing;
het door eigen toedoen niet of in onvoldoende mate ontvangen van een andere (sociale) uitkering als voorliggende voorziening;
het zich zeer ernstig misdragen tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de Participatiewet als bedoeld in artikel 9, zesde lid, van die wet;
Hoofdstuk 2.
Artikel 7d.
Gedragingen Participatiewet vierde categorie
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAZ en IOAW gemeente Zwolle 2015