De volgende gedragingen leiden tot een maatregel waarbij de grondslag met 33 1/3% voor de duur van 3 maanden wordt verlaagd:
het niet aantoonbaar naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of het niet aanvaarden of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet IOAW en de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet IOAZ, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening;
het door eigen toedoen niet of in onvoldoende mate ontvangen van een andere (sociale) uitkering als voorliggende voorziening;
het zich zeer ernstig misdragen tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de IOAW of IOAZ.
Hoofdstuk 2.
Artikel 8d.
Gedragingen IOAW en IOAZ vierde categorie
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAZ en IOAW gemeente Zwolle 2015