Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de Participatiewet als bedoeld in artikel 9, zesde lid, van die wet, tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de IOAW als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder g, van die wet of tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de IOAZ als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder g, van die wet, legt het college een verlaging op van 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand.
Hoofdstuk 4
Artikel 13
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Afstemmingsverordening Haaksbergen (4.1c)