**1..** Er is sprake van een langdurig laag inkomen als het inkomen, gedurende de referteperiode niet hoger was dan 110% van de norm.
**2..** Indien het inkomen in de peilmaanden niet meer bedroeg dan 110% van de norm wordt aangenomen dat voldaan wordt aan het gestelde in lid 1.
**3..** Indien als gevolg van wisselende of eenmalige inkomsten het inkomen in een peilmaand hoger was dan 110% van de norm, wordt in afwijking van het gestelde in lid 2, uitgegaan van een gemiddeld inkomen. Het gemiddeld inkomen wordt berekend door de som van het inkomen dat gedurende 36 maanden voorafgaand aan de peildatum is genoten te delen door 36. Het gemiddelde inkomen mag niet meer bedragen dan 110% van de norm.
**4..** In afwijking van het gestelde in lid 1, 2 en 3 is er eveneens sprake van een langdurig laag inkomen als het inkomen gedurende de referteperiode meer bedroeg dan 110% van de norm en het meerdere gedurende de gehele referteperiode is aangewend ter aflossing van een schuldenlast in het kader van een minnelijke schuldregeling of een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.
**5..** In afwijking van het gestelde in lid 1, 2 en 3 is er eveneens sprake van een langdurig laag inkomen als belanghebbende gedurende de laatste drie kalenderjaren 3x kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen heeft gekregen.
Hoofdstuk
Artikel 2
Langdurig laag inkomen
Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Zwolle 2015