Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 4.

Iedereen doet mee naar vermogen: werk, re-integratie en participatie

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Ede houdende regels omtrent re-intregratie participatiewet Re-integratieverordening Participatiewet Ede 2015

1.. Iedereen doet mee naar vermogen. Daarbij geldt als uitgangspunt dat elke werkzoekende een eigen verantwoordelijkheid draagt voor het versterken van zijn zelfredzaamheid en naar vermogen participeert in de samenleving. Indien nodig kan beroep worden gedaan op (tijdelijke) ondersteuning door de gemeente. 2.. Elke werkzoekende ontvangt, indien het college dit noodzakelijk acht en na inschrijving bij het UWV Werkbedrijf, ondersteuning in het verkrijgen van betaald werk en/of aanbod op maat op basis van een daartoe op te stellen plan van aanpak. 3.. Het in lid 2 bedoelde plan van aanpak komt tot stand in samenspraak met de werkzoekende en is individueel maatwerk. 4.. Het college kan de volgende voorzieningen aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep: voorzieningen gericht op re-integratie met als doel het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid: - aanbodversterking (artikel 6) - participatieplaats gericht op re-integratie (artikel 7) - werkstage (artikel 8) - proefplaatsing (artikel 9) - detacheringsbaan (artikel 10) - uitstroompremie (artikel 11) - ondersteuning bij leer-werktraject jongere (artikel 13) - scholing (artikel 14) - persoonlijke ondersteuning (artikel 15) - zelfstandig beroep (artikel 16) voorzieningen gericht op participatie in de Edese samenleving door het uitvoeren van onbetaalde werkzaamheden, mantelzorg of vrijwilligerswerk: - participatieplek gericht op mee doen (artikel 17) voorziening gericht op de werkgever die een persoon uit de doelgroep een dienstverband biedt voor een door het college nog nader te bepalen minimale duur - loonkostensubsidie gericht op re-integratie (artikel 18) - no-riskpolis (artikel 19) 5. . Het college biedt beschut werk aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Dit onder de restricties en voorwaarden die genoemd staan in artikel 12. 6.. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen onder artikel 4 lid a en b rekening met de omstandigheden en het arbeidsvermogen van een persoon. De omstandigheden kunnen betrekking hebben op zorgtaken van de persoon. Het arbeidsvermogen van een persoon bepaalt of hij tot de doelgroep van de loonkostensubsidie behoort of in aanmerking kan komen voor de nieuwe voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 7.. Het college kan, rekening houdend met de door de raad ter beschikking gestelde middelen en het door de raad vastgestelde beleidsplan Participatiewet, een of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen zoals genoemd in hoofdstuk 3. Een door het college ingestemd subsidie- of budgetplafond vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening. het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifiek voorziening. 8.. Het college legt  via de reguliere rapportagemomenten verantwoording af aan de Raad over de uitvoering van de participatiewet. In de beleidscyclus is de toets op doeltreffendheid opgenomen. Beleidsevaluaties en beleidswijzigingen worden gericht ingebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel