Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijving

Onderdeel van Kapverordening 2015

1.. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: boom : houtachtig, overblijvend gewas met een diameter van de stam van minimaal 30 cm op 1.30 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de diameter van de dikste stam; boomwaarde : het bedrag dat wordt gevonden volgens een rekenkundig model, overeenkomstig de meest recente richtlijnen van de Nederland­se Vereniging van Taxateurs van Bomen; houtopstand : een houtwal of één of meer bomen; dunning : velling, die uitsluitend als een verzorgingsmaatregel is gericht op het voortbestaan van een aaneengesloten kronendak; knotten/kandelaberen : het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; bebouwde kom : de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid van de Boswet; iepenziekte : de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn Ceratocystis ulmi (buism.) C. Moreau); iepenspintkever : het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus ( F.), Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus; monumentaal : een boom wordt beschouwd als monumentaal als deze een leeftijd heeft van minimaal 80 jaar en de boom door zijn leeftijd en verschijning beeldbepalend is en onvervangbaar is voor het karakter van de omgeving; reserve groenrenovatie : gemeentelijk fonds waarvan de gelden mede gebruikt worden voor het onderhoud, de instandhouding en uitbreiding van hout­opstanden; bevoegd gezag : bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; college : college van burgemeester en wethouders; vergunning : een omgevingsvergunning voor het vellen of doen vellen van houtopstand, zoals bedoeld in artikel 2.2, eerste lid onder g. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. waardevollebomenkaart: ‘niet-statische’ kaart (incl. beschrijvingslijst), waarop de waardevolle bomen en boomgroepen binnen de bebouwde kom staan aangegeven (zie bijlagen). 2.. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder vellen mede verstaan rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel bovengronds als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. 3.. Voor opname op de door het college vast te stellen waardevollebomenkaart geldt de eis dat voldaan moet zijn aan minimaal drie van de onderstaande criteria: de leeftijd van de houtopstand is minimaal ongeveer 50 jaar (een uitzondering kan gemaakt worden voor een herdenkingsboom); de houtopstand heeft tenminste één van de volgende specifieke kenmerken: cultuurhistorische waarde, ecologische waarde of zeldzaamheid; de houtopstand mag niet in een onherstelbare conditie verkeren (volledig verval van de houtopstand mag niet binnen 15 jaar te verwachten zijn); de houtopstand is van belang voor het uiterlijk aanzien van dorp, buurt en/of woning; de houtopstand dient voor meer dan 50% zichtbaar te zijn vanaf de openbare weg (een uitzondering kan worden gemaakt indien een boom door de eigenaar wordt aangedragen).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel