Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Herplant-/instandhoudingsplicht

Onderdeel van Kapverordening 2015

1.. Indien een houtopstand, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze verordening van toepas­sing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, anders dan bij wijze van "dunning", dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond, waarop zich de houtopstand bevond, of aan degene, die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn. 2.. Wordt een verplichting, als in het vorige lid bedoeld, opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen. 3.. Indien een houtopstand, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze verordening van toepas­sing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond, waarop zich de houtopstand bevindt, of aan degene, die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn maatregelen te nemen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen. 4.. Degene aan wie de verplichtingen, als bedoeld in dit artikel, zijn opge­legd, alsmede diens rechtsopvolger(s), is/zijn verplicht daaraan te voldoen.

Rechtspraak bij dit artikel