Aan het persoonsgebonden budget zijn de volgende
verplichtingen en voorwaarden verbonden:
Uit het persoonsgebonden budget mogen geen
administratieve bemiddelingsbureaus worden
betaald.
Uit het persoonsgebonden budget mogen geen
tussenpersonen of belangenbehartigers worden
betaald.
Uit het persoonsgebonden budget mag de bijdrage in
de kosten niet worden betaald.
In afwijking van het bepaalde onder a. mogen de
kosten voor arbeidsbemiddeling, in het kader van
deze wet, uit het persoonsgebonden budget worden
betaald indien dit bemiddelingsbureau een Per Saldo
Keurmerk heeft.
De budgethouder maakt met de hulpverlener of
aanbieder in een schriftelijke overeenkomst
tenminste afspraken over het resultaat van de
maatschappelijke ondersteuning, de kwaliteit en de
wijze van declareren.
Een beslissing tot verlening van een
persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken als
blijkt dat het persoonsgebonden budget binnen
uiterlijk zes maanden na uitbetaling niet is
aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het
is verstrekt.
Een persoonsgebonden budget voor het sociaal netwerk
moet in ieder geval beperkt blijven tot die gevallen
waarin het de gebruikelijke hulp overstijgt en dit
aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning
leidt en aantoonbaar doelmatiger is.
Bij het vaststellen van de hoogte van het persoonsgebonden
budget worden de volgende criteria gehanteerd:
De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt bepaald aan de hand
van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de
cliënt goedkoopst adequate voorziening in natura en is toereikend
voor de aanschaf daarvan.
De hoogte van het persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en
woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de huur-
dan wel aanschafprijs van de goedkoopst passende bijdrage, waaronder
onderhoud reparatie en verzekering zoals die door het college aan de
aanbieder verschuldigd is.
Bij het vaststellen van de hoogte van het persoonsgebonden budget
worden de volgende criteria gehanteerd:
De kosten voor een zzp’er mogen nooit hoger zijn dan de
kosten voor ingekochte hulp bij een organisatie.
De kosten voor ondersteuning uit het sociale netwerk mogen
nooit hoger zijn dan de kosten voor een zzp’er.
Voor het vaststellen van de hoogte van het persoonsgebonden budget
kan de in lid 1, onder e. genoemde schriftelijke overeenkomst als
uitgangspunt worden genomen.
Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de
geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de
bestedingen van persoonsgebonden budgetten.
Het college kan in de nadere regels eisen stellen met
betrekking tot de verstrekking, uitsluitingsgronden, de
hoogte, uitbetaling, besteding, kwaliteitseisen en
verantwoording van de met het persoonsgebonden budget aan te
schaffen maatwerkvoorziening.
Hoofdstuk 3
Artikel 12
Persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Boekel 2015