Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 12

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Boekel 2015

Aan het persoonsgebonden budget zijn de volgende verplichtingen en voorwaarden verbonden: Uit het persoonsgebonden budget mogen geen administratieve bemiddelingsbureaus worden betaald. Uit het persoonsgebonden budget mogen geen tussenpersonen of belangenbehartigers worden betaald. Uit het persoonsgebonden budget mag de bijdrage in de kosten niet worden betaald. In afwijking van het bepaalde onder a. mogen de kosten voor arbeidsbemiddeling, in het kader van deze wet, uit het persoonsgebonden budget worden betaald indien dit bemiddelingsbureau een Per Saldo Keurmerk heeft. De budgethouder maakt met de hulpverlener of aanbieder in een schriftelijke overeenkomst tenminste afspraken over het resultaat van de maatschappelijke ondersteuning, de kwaliteit en de wijze van declareren. Een beslissing tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken als blijkt dat het persoonsgebonden budget binnen uiterlijk zes maanden na uitbetaling niet is aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. Een persoonsgebonden budget voor het sociaal netwerk moet in ieder geval beperkt blijven tot die gevallen waarin het de gebruikelijke hulp overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. Bij het vaststellen van de hoogte van het persoonsgebonden budget worden de volgende criteria gehanteerd: De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst adequate voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf daarvan. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de huur- dan wel aanschafprijs van de goedkoopst passende bijdrage, waaronder onderhoud reparatie en verzekering zoals die door het college aan de aanbieder verschuldigd is. Bij het vaststellen van de hoogte van het persoonsgebonden budget worden de volgende criteria gehanteerd: De kosten voor een zzp’er mogen nooit hoger zijn dan de kosten voor ingekochte hulp bij een organisatie. De kosten voor ondersteuning uit het sociale netwerk mogen nooit hoger zijn dan de kosten voor een zzp’er. Voor het vaststellen van de hoogte van het persoonsgebonden budget kan de in lid 1, onder e. genoemde schriftelijke overeenkomst als uitgangspunt worden genomen. Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van persoonsgebonden budgetten. Het college kan in de nadere regels eisen stellen met betrekking tot de verstrekking, uitsluitingsgronden, de hoogte, uitbetaling, besteding, kwaliteitseisen en verantwoording van de met het persoonsgebonden budget aan te schaffen maatwerkvoorziening.

Rechtspraak bij dit artikel