**1..** In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
maanden later.
**2..** In afwijking van het eerste lid geldt:
in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag
bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 25,- en niet meer is dan
€ 2500,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de
aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De
eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
later.
in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag
bevat het bedrag daarvan, minder of gelijk is aan € 25,-, en
zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische
incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten
worden betaald in één termijn. Deze termijn vervalt één maand na
de dagtekening van het aanslagbiljet.
**3..** De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
leden gestelde termijnen.
Artikel 7.
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2015