Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.13

Bestrijding misbruik en oneigenlijk gebruik maatwerkvoorziening of PGB

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Woudenberg 2015

1.. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet is een cliënt die een aanvraag heeft ingediend of aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt, verplicht zo spoedig mogelijk en schriftelijk aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening. 2.. Onverminderd artikel 2.3.7 van de wet doet een cliënt aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt of diens wettelijk vertegenwoordiger, aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening; 3.. Onverminderd artikel 2.3.9 van de wet kan het college een besluit genomen op grond van deze verordening herzien dan wel intrekken indien het college vaststelt dat: niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening; de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende PGB is aangewezen; de maatwerkvoorziening of het PGB niet meer toereikend is te achten, of de cliënt de maatwerkvoorziening of het PGB niet of voor een ander doel gebruikt. 4.. Bij herhaald en ernstig wangedrag bij het ontvangen van diensten dan wel herhaalde onzorgvuldige omgang met verstrekte voorzieningen, kan het college al dan niet tijdelijke maatregelen ten aanzien van de cliënt treffen ter bescherming van de medewerker van een aanbieder dan wel voorkomen van (verdere) schade. 5.. Indien een besluit tot verlening van een voorziening is ingetrokken, kan op grond van artikel 2.4.1 van de wet een reeds uitbetaald PGB worden teruggevorderd. 6.. Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd; 7.. In geval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggehaald; 8.. De eigenaar-bewoner, die krachtens deze verordening een woonvoorziening heeft ontvangen bestaande uit een aanbouw die leidt tot waardestijging van de woning, dient bij verkoop van deze woning binnen een periode van 10 jaar na gereedmelding van de voorziening, deze verkoop van de woning onverwijld aan het college te melden. De meerwaarde van de woning dient gedeeltelijk aan de gemeente te worden terugbetaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel