Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 29.

Melding

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015

Een Inwoner of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening BW schriftelijk indienen bij de Zeeuwse gemeente tot welke hij zich wendt, ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de inwoner met psychische of psychosociale problemen, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de Cliënt of anderen. De Zeeuwse gemeente tot welke de inwoner zich wendt, is verantwoordelijk voor de intake, registratie en vraagverheldering van de melding. Op basis van de intake kan naar voren komen dat voor de hulpvraag of problematiek van betreffende Inwoner BW aangewezen is. De gemeente (lokale toegangsmedewerker) bereidt dan een aanvraag maatwerkvoorziening BW voor. Voor deze aanvraag geldt het toegangsmodel zoals beschreven in de ‘routekaart klantproces’ (met toelichting) dat op 22 september 2015 is uitgegeven door het CZW-bureau, of de versie die daarvoor inde plaats komt. Zie verder art. 33. Voordat het onderzoek van start gaat, kan de Inwoner aan de gemeente een Model Ondersteuningsplan (Persoonlijk plan zoals bedoeld in artikel 2.3.2 lid 2 van de wet) overhandigen waarin hij zijn omstandigheden beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen. Het college brengt de inwoner van deze mogelijkheid op de hoogte en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding, bedoeld in het eerste lid, in de gelegenheid het plan te overhandigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel