**1..** De draagkracht uit het inkomen wordt gevormd door:
het inkomen op jaarbasis voor zover dit meer bedraagt dan de voor belanghebbende(n) van toepassing zijnde bijstandsnorm op jaarbasis indien het betreft een vergoeding voor woonkosten, een geldlening, suppletie voor aflossing van een geldlening of voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan.
het inkomen op jaarbasis dat resteert na aftrek van de voor betrokkene toepasselijke bijstandsnorm verhoogt met 10% van het bedrag zoals genoemd in artikel 21 onderdeel b van de wet op jaarbasis voor artikel 5 in deze beleidsregels.
het inkomen op jaarbasis dat resteert na aftrek van de voor betrokkene toepasselijke bijstandsnorm verhoogt met 20% van het bedrag zoals genoemd in artikel 21 onderdeel b van de wet op jaarbasis voor artikel 7, 8 en 9 en in alle overige gevallen.
**2..** Artikel 31 tot en met 33 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing.
**3..** Het inkomen wordt verminderd met de woonkosten voorzover deze na aftrek van ontvangen huurtoeslag meer bedragen dan de in de Wet op de Huurtoeslag genoemde basishuur een-/meerpersoons- huishoudens.
**4..** De draagkracht uit vermogen bestaat uit:
alle beschikbare vermogensbestanddelen indien het betreft een tegemoetkoming voor algemeen gebruikelijke kosten en duurzame gebruiksgoederen.
het vermogen voor zover dit meer bedraagt dan het in artikel 34 lid 3 van de wet genoemde vrij te laten bescheiden vermogen in alle andere gevallen.
**5..** De aanwezige draagkracht wordt op de te ontvangen bijzondere bijstand in mindering gebracht.
Artikel 3
– Draagkracht, Inkomen en Vermogen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Purmerend 2015