**a..** Het college beoordeelt of een persoon in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon en mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie.
**b..** Bij deze beoordeling neemt het college in aanmerking of er sprake is van beperkingen van lichamelijke, verstandelijke, psychische of andere aard die naar verwachting leiden tot een arbeidsprestatie met een loonwaarde tussen 20% en 80% van het wettelijk minimumloon.
**c..** Voor de beoordeling als bedoeld onder b. maakt het college, indien nodig, gebruik van de methodiek loonwaardebepaling als bedoeld in de regeling van 10 oktober 2014 van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (nadere regels loonwaardebepaling) echter zónder de beoordeling op de werkplek.
**d..** Indien de beoordeling als bedoeld onder b. kan plaatsvinden op basis van beschikbare gegevens van het UWV, eerdere medische keuringen en informatie vanuit het netwerk, zoals bijvoorbeeld school, kan de toepassing van de methodiek als bedoeld onder c. achterwege blijven.