Als de invordering op verschillende manieren kan plaatsvinden, heeft de eenvoudigste, snelste en minst kostbare wijze voor de gemeente de voorkeur. Hieruit volgt bijvoorbeeld dat indien verrekening (artikel 60 lid 4 Participatiewet, artikel 20f lid 4 jo. 28 lid 2 Ioaw en Ioaz ) tot effectieve invordering kan leiden, er geen deurwaarder wordt ingeschakeld. Hier kan ook op volgen dat beslag op goederen de voorkeur verdient boven beslag op een periodiek inkomen, daar de kosten van snelle inning van de totaalsom door middel van beslag op goederen lager zijn.
Paragraaf 1.2
Artikel 2.
Minst zwaarwegende invorderingswijze
Onderdeel van Beleidsregels debiteurenbeleid