Een verzoek om uitstel van betaling wordt in ieder geval afgewezen als:
de medewerking van de verzoeker aan de gemeente naar het oordeel van het college onvoldoende is.
onjuiste gegevens in het kader van het betalingsuitstel worden verstrekt.
de gevraagde gegevens niet (volledig) binnen de daartoe gestelde termijn zijn verstrekt.
de gevraagde zekerheid niet wordt gesteld.
de waarde van vermogensobjecten in redelijkheid te gelde kan worden gemaakt om daarmee de verschuldigde vordering af te lossen.
de berekende betalingscapaciteit zodanig is dat de schuld direct voldaan kan worden.
de betalingsregeling zich over een onaanvaardbare termijn uitstrekt.
de betalingsproblemen structureel zijn en een betalingsregeling geen uitkomst zal bieden.
sprake is van een verzoek om uitstel van betaling van een vordering in verband met betalingsmoeilijkheden en voorafgaande aan dat verzoek uitstel is genoten in verband met een bezwaar- of beroepsprocedure tegen een terugvorderings- of verhaalsbesluit, terwijl gedurende die procedure betalingsmiddelen ter beschikking hebben gestaan, waarmee de vordering kon worden betaald.
als de debiteur al eerder een regeling heeft genoten, maar deze niet is nagekomen.
het in bezwaar betwiste bedrag minder dan € 50,00 bedraagt.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.4.
Artikel 40.
Weigeren van uitstel van betaling
Onderdeel van Beleidsregels debiteurenbeleid