Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.7.

Artikel 58.

Regels ten aanzien van verrekenen

Onderdeel van Beleidsregels debiteurenbeleid

Ten aanzien van verrekenen hanteert de gemeente de volgende regels: er wordt niet tot verrekening over gegaan, indien de middelen van de debiteur afdoende zijn om de vordering in één keer te betalen. de debiteur wordt met een kennisgeving op de hoogte gesteld van het feit dat een vordering op grond van een terugvorderingbesluit ex artikel 58 en 59 Participatiewet of op grond van artikel 48 lid 4 Participatiewet, of 25a Ioaz of Ioaz met zijn of haar bijstand, inkomen of uitkering wordt verrekend, evenals van de hoogte van het bedrag van de verrekening (artikel 4:93 lid 2 Awb). de debiteur dient door verrekening nimmer te beschikken over een inkomen dat minder is dan de voor hem of haar geldende beslagvrije voet (artikel 4:93 lid 4 Awb). een verleend uitstel tot betaling staat verrekening niet in de weg (artikel 4:93 lid 5 Awb). de gehele al op het moment van verrekening gereserveerde vakantietoeslag ingevolge bijstandsverlening, inkomensverstrekking of uitkeringsverstrekking wordt verrekend met de vordering. Met toestemming kunnen ook andere gelden, zoals de langdurigheidstoeslag, worden verrekend met de vordering. De toestemming wordt schriftelijk verleend, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel