De jongere die niet meer leerbaar is hoeft niet terug naar school. De bewijslast ligt in principe bij de jongere.
Voor zover nodig in afwijking van het eerste lid wordt onder een voortijdig schoolverlater niet verstaan degene die in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onderdeel a Wet educatie en beroepsonderwijs, een getuigschrift van het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel of het uitstroomprofiel dagbesteding als bedoeld in artikel 14d respectievelijk artikel 14g van de Wet op de expertisecentra dan wel een getuigschrift van het praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs en werkzaam is op grond van een aanstelling of arbeidsovereenkomst.
Het grootste gedeelte van deze groep zal waarschijnlijk nooit in staat zijn om een niveau 1 te behalen, laat staan een HBO opleiding. Deze groep jongeren hoeft conform de Leerplichtwet vanaf het schooljaar nadat ze 16 jaar zijn geworden niet meer naar school en ook niet meer ingeschreven te staan. Ze mogen dit wel, maar we kunnen ze daartoe niet dwingen. Als een dergelijke jongere zich meldt bij de gemeente voor een uitkering, kan er in principe niet verlangd worden dat zij terug naar school gaan, als zij binnen de leerplichtwet al uitgezonderd zijn van de kwalificatieplicht. Dit geldt overigens ook voor jongeren met een diploma niveau 1 en die gaan werken. Ook zij zijn voortijdig schoolverlaters voor het Ministerie, omdat zij het maximaal haalbare hebben bereikt.
Als de jongere wel een startkwalificatie heeft, maar geen HBO, kan het college besluiten dat deze kwalificatie voldoende is. Hiervan zal sprake zijn als verwacht wordt dat de jongere op korte termijn, eventueel met hulp van de gemeente, een baan vindt.
Een juiste beoordeling is hierbij van groot belang, omdat het college niet kan terugkomen op dit besluit.
In het vierde lid worden jongeren bedoeld die door hun omstandigheden extra zorg nodig hebben en daardoor (nog) niet naar school kunnen. Hierbij kan sprake zijn van verslavingsproblematiek, psychische omstandigheden en dergelijke. Het doel van het traject moet uiteindelijk school zijn.
Het vijfde lid betreft jongeren die, omdat ze in de WSNP zitten, geen nieuwe schulden mogen maken. Hierdoor zullen ze geen gebruik mogen maken van studiefinanciering. Een BBL opleiding ziet voornamelijk op werken, waardoor dit eventueel wel tot de mogelijkheden behoort. Ook een opleiding op MBO 1 of 2 niveau kent geen prestatiebeurs, waardoor dit tot de mogelijkheden behoort. Omdat er hier ook sprake is van een mogelijke aanvullende lening, zal beoordeeld moeten worden of er een noodzaak is dit in de vorm van bijstand te verstrekken, zodat er geen nieuwe schulden ontstaan.