Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 22

Stemming; procedure hoofdelijke stemming

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad

1.. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2.. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of in overeenstemming met artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben deelgenomen. 3.. Indien stemming wordt gevraagd, gebeurt dit door zitten en opstaan. 4.. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, meldt de voorzitter dit aan de raad. 5.. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping op alfabetische volgorde. Als de voorzitter tevens lid is van de raad, brengt hij het laatst zijn stem uit. 6.. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezig raadsleden, tenzij zij in overeenstemming met artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 7.. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 8.. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. 9.. Indien bij de stemming over een voorstel van orde de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel