**1..** Een voorstel aan de raad, uitgaande van één of meer raadsleden, niet zijnde een voorstel als bedoeld in de artikelen 21 en 36 van dit reglement, moet schriftelijk en door de voorsteller(s) ondertekend, worden ingediend bij de voorzitter, die het met inachtneming van de in artikel bedoelde termijnen op de agenda van de eerstvolgende vergadering plaatst.
**2..** Een voorstel als bedoeld in het eerste lid moet een amendeerbaar voorstel bevatten. Indien dit niet het geval is, neemt de raad het voorstel voor kennisgeving aan.
**3..** De raad bepaalt de datum van behandeling en stelt het college respectievelijk het presidium in de gelegenheid zijn mening over een initiatiefvoorstel schriftelijk aan de raad kenbaar te maken.
**4..** Indien hij zich niet met het initiatiefvoorstel kan verenigen, kan het college respectievelijk het presidium de raad adviseren het voorstel niet te aanvaarden dan wel na wijziging te aanvaarden.
**5..** Indien de indiener(s) het voorstel al dan niet naar aanleiding van het advies van het college respectievelijk het presidium wijzigt(wijzigen), doet(doen) hij(zij) daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter. Deze stelt vervolgens de raad in kennis van de wijzigingen.
**6..** De voorzitter stelt het initiatiefvoorstel aan de orde op de door de raad vastgestelde datum.
**7..** Het spreken bij de behandeling van het initiatiefvoorstel geschiedt in de volgorde: raad, college, indiener(s).
Paragraaf 4
Artikel 33
Initiatiefvoorstellen
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad