**1..** Wanneer ingevolge het bepaalde in artikel 26, derde, vierde of zesde lid, het lot moet beslissen, schrijft de griffier de namen van hen, tussen wie deze beslissing moet plaatsvinden, op afzonderlijke, gelijke briefjes.
**2..** De voorzitter van het stembureau vouwt de briefjes op gelijke wijze, schudt ze om en doet in de bus.
**3..** Daarna neemt de voorzitter van de raad één van deze briefjes uit de bus.
**4..** Hij, wiens naam op het briefje staat, komt in de gevallen als bedoeld in artikel 26, derde en vierde lid, voor de derde stemming in aanmerking of is, in het geval als bedoeld in artikel 26, zesde lid, benoemd, gekozen, voorgedragen of aanbevolen.
Paragraaf 3
Artikel 27
Loting
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad