Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 19

Ordemaatregelen

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad

1.. De voorzitter mag een spreker in zijn betoog onderbreken, indien hij dat nodig acht in het belang van een behoorlijk en regelmatig verloop van de vergadering. 2.. De voorzitter kan interrupties in beperkte mate toestaan. 3.. Indien een spreker van het onderwerp in beraadslaging afwijkt en zich daarmede buiten de orde begeeft, attendeert de voorzitter hem dit hierop en roept hem terug tot de behandeling van het onderwerp. 4.. Wanneer een lid naar het oordeel van de voorzitter de orde in de vergadering verstoort of zich uitdrukkingen veroorlooft, die niet in overeenstemming met de goede toon zijn, vermaant de voorzitter hem en stelt hem in de gelegenheid de woorden die tot de waarschuwing aanleiding hebben gegeven terug te nemen. 5.. Ingeval een spreker van de gelegenheid om bepaalde woorden terug te nemen gebruik maakt, worden deze niet in de notulen als bedoeld in artikel 13 opgenomen. 6.. De voorzitter kan in het belang van de orde van de vergadering voor een bepaalde tijd schorsen dan wel haar sluiten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel