Naar hoofdinhoud
1.. Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor: Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad gestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren. Het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s. Het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen. Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 2.. Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht: De richtlijnen zoals opgenomen in de wet Fido (Financiering decentrale overheden) en de uitvoeringsregels zoals opgenomen in de Ruddo (regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden) De totale som aan uitgezette gelden, met een vaste looptijd van één jaar of langer, is zodanig gespreid dat op het moment van uitzetting nooit meer dan 25 % van de belegde gelden, met een maximum van € 10 miljoen, bij één marktpartij is ondergebracht. Overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen vastrentende waarden , dan wel in producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd in tact is. Voor het aantrekken van financieringen voor langer dan 1 jaar worden tenminste 3 prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd. Overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het verlenen van garanties luiden in euro. Het college informeert de raad indien de kasgeldlimiet of de renterisiconorm dreigen te worden overschreden. 3.. Het verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële participaties anders dan genoemd in het tweede lid worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak; hierbij dient het openbaar belang beargumenteerd te worden. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties bedingt het college zekerheden. 4.. Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de regels voor taken en bevoegdheden vast in een besluit treasurystatuut. Het college zendt het besluit treasurystatuut ter kennisgeving aan de raad.

Rechtspraak bij dit artikel