**1..** Het college informeert de raad drie keer per jaar omtrent de financiële positie van de gemeente, e.e.a. in relatie tot de begrotingsuitvoering van het lopende dienstjaar.
**2..** De onder art. 1 genoemde informatie wordt de raad aangeboden bij gelegenheid van de voorjaarsnota (medio mei), de aanbieding van de begroting voor het volgend dienstjaar (medio september) en in november ten behoeve van de laatste raadsvergadering van het jaar.
**3..** Ontwikkelingen welke van invloed zijn op het financiële beeld worden dan wel budgettair vertaald (b.v. bestuurlijke rapportages , majeure ontwikkelingen), danwel opgenomen in het financieel perspectief d.m.v. verwerking in een risicoparagraaf . De ontwikkelingen binnen de totale financiële positie kennen een rubricering welke verwijst naar corresponderende producten en programma’s
**4..** De rapportages gaan in op substantiele/relevante afwijkingen, zowel wat betreft de lasten/baten (input/revenuen), de geleverde producten (output) en indien daar aanleiding voor is de maatschappelijke effecten (outcome). In de rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan:
inkomsten uit de algemene uitkering;
de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt
resultaten uit grondexploitatie
uitgaven in het kader van open einderegelingen
uitgaven in de sfeer van bijstand c.a.
suggesties voor bijsturing en herprofilering
**5..** Algemeen uitgangspunt is voorts dat er sprake moet zijn van een actieve informatieplicht vanuit het college naar de raad toe; bepalend hierbij zijn niet alleen de in deze verordening beschreven situaties maar veeleer de politiek bestuurlijke relevantie van de omstandigheden.
Hoofdstuk
Artikel 7.