Naar hoofdinhoud
1.. De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste de helft plus één van het aantal leden van de commissie dit noodzakelijk achten. 2.. De voorzitter bepaalt dag, uur en plaats van de vergadering en doet daarvan uiterlijk tien dagen tevoren aankondiging aan de leden van de commissie, indien een adviseur aan de commissie is toegevoegd, de adviseur en, indien het gesprek met een collegelid plaatsvindt, het betreffende collegelid. 3.. De commissie vergadert niet als niet tenminste de helft plus één van het aantal leden aanwezig is. 4.. De commissie besluit bij de voorbereiding van een aanbeveling bij meerderheid van uitgebrachte stemmen, waarbij elk lid één stem heeft. Bij het staken van de stemmen over de uit te brengen bevindingen wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot de volgende vergadering. Is uitstel van de beslissing niet mogelijk of staken de stemmen ook in die volgende vergadering, dan worden geen bevindingen van de commissie, maar de verschillende meningen in het verslag opgenomen. De commissie streeft naar unanimiteit. Het gevoelen van de minderheid wordt desgewenst in het verslag tot uitdrukking gebracht.

Rechtspraak bij dit artikel