Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8.

Artikel 8.4.

Gemeentebreed handhavingsbeleid

Onderdeel van Nota Integrale Handhaving, visie op de handhaving en handhavingsbeleid gemeente De Ronde Venen

Het handhavingsbeleid is uitgewerkt in een aantal stellingen; per stelling is een beknopte toelichting gegeven. 1.Handhaving is elke handeling van de gemeente die er op gericht is de naleving van rechtsregels te bevorderen of een overtreding te voorkomen of beëindigen. Handhaving staat niet op zich. De regels in wetten en verordeningen zijn gesteld vanuit een bepaald beleidsdoel. Om dat beleidsdoel te realiseren staan verschillende middelen ter beschikking waarvan het stellen van regels in wetten, verordeningen en vergunningen en de handhaving daarvan er slechts één is. Handhaving omvat een aantal activiteiten, enerzijds het zorgen dat de overtreding wordt voorkomen bijvoorbeeld door middel van voorlichting en overleg (preventie), anderzijds door toezicht en controle op naleving van gestelde regels en beëindiging van een geconstateerde overtreding door het gebruik van wettelijke dwangmiddelen of sancties (repressie). 2.Het gemeentebestuur geeft zijn verantwoordelijkheid voor de handhaving van regelgeving vorm door het aanwijzen van één bestuurlijk aanspreekpunt en het afleggen van publieke verantwoording over het handhavingsprogramma en de behaalde resultaten. Bij het realiseren van de doelstellingen in het kader van de gemeentebrede handhaving past ook een heldere bestuurlijke regie. Daarom wordt voorgesteld om ten aanzien van het terrein van de handhaving te komen tot één bestuurlijk aanspreekpunt door de burgemeester als portefeuillehouder van Algemeen Bestuur, Openbare Orde en Veiligheid tevens te belasten met de coördinatie van de handhaving. Het uit te werken handhavingsprogramma. en de verslaglegging daarover aan het bestuur zijn openbare stukken waarover interne en externe communicatie en publicatie zal plaatsvinden, waardoor het handhavingsbeleid inzichtelijk en helder wordt voor de burger. 3.Alleen regels stellen als dat effectief is. Niet meer regels stellen dan nodig is om het gestelde doel te bereiken. Handhaving van regels bevindt zich in een spanningsveld tussen burger en overheid. Aan de ene kant wil de burger vrijheid, aan de andere kant wil dezelfde burger garanties voor veiligheid, ordelijkheid, een schoon milieu, een verzorgde leefomgeving. De overheid moet proberen dit te bereiken met zo weinig mogelijk regels, die duidelijk zijn en waarvoor draagvlak aanwezig is. Om dat draagvlak te creëren zal waar mogelijk de doelgroep bij het opstellen van regels worden betrokken om de acceptatie te vergroten, en derhalve de naleving ervan te verbeteren en de duidelijkheid en uitvoerbaarheid van regels te toetsen. Dit is overigens geen nieuw beleid. Doelgroepen worden ook nu al bij het opstellen van verordeningen betrokken, denk bijvoorbeeld aan de vaststelling van de brancheverdeling voor de weekmarkt te Mijdrecht in het kader van de marktverordening. 4.Als je regels stelt, deze dan ook handhaven. Regels vertaald in verordeningen en vergunningen verliezen deels hun effectiviteit indien niet ook daadwerkelijk handhavend wordt of kan worden opgetreden tegen overtreders. De geloofwaardigheid van de gemeente De Ronde Venen als handhaver dient voorop te staan. Het is daarom gewenst er in principe van uit te gaan dat geen regels worden voorgeschreven indien bij voorbaat al duidelijk is dat niet daadwerkelijk handhavend kan of zal worden opgetreden tegen een geconstateerde overtreding. Van de wel voorgeschreven regels moet dus uitgangspunt zijn dat deze worden gehandhaafd. Omdat het niet doenlijk is de naleving van alle gestelde regels even intensief te controleren zullen uiteraard wel prioriteiten en een tijdpad moeten worden gesteld in het uit te werken Handhavingsprogramma gemeente De Ronde Venen. Bij dit uitgangspunt past enige nuancering. Van gestelde regels kan namelijk toch een normstellend karakter uitgaan, ook al kunnen de regels praktisch niet worden gehandhaafd. Dit kan aanleiding zijn om deze regels toch op te willen nemen in een verordening of vergunning. Daarbij zal in ieder geval ten aanzien van vergunningen, gelet op de staande jurisprudentie hierover, meegewogen moeten worden of het opnemen van niet-handhaafbare voorschriften onzorgvuldig is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) of rechtsonzekerheid schept voor derden. Door het opnemen van een niet handhaafbaar vergunningvoorschrift kan bij derden bijvoorbeeld de indruk ontstaan dat in de oplossing van een probleem is voorzien, terwijl naleving van de oplossing echter niet afdwingbaar is. Ook hier is de nodige aandacht op zijn plaats voor het bewaken van de geloofwaardigheid van de gemeente De Ronde Venen als handhavende instantie. 5.Nieuwe regels en vergunningen zullen worden getoetst op handhaafbaarheid. Wij stellen voor aan dit uitgangspunt vorm te geven door structureel bij nieuwe en te wijzigen verordeningen, beleidsregels en vergunningen een handhaafbaarheidstoets uit te laten voeren. Als handleiding hierbij kan dienen de handleiding “Toetsing van regelgeving voor provincies en gemeenten” van november 2001. Deze handleiding is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het rijk ontwikkeld om, door een overzichtelijke checklist, regelgeving te kunnen toetsen op effecten voor het bedrijfsleven en uitvoerbaarheid van regelgeving. Gelet op het gestelde bij uitgangspunt 4, behoeft het uitvoeren van de handhaafbaarheidstoets niet zonder meer te leiden tot het schrappen van niet-handhaafbare regels. Wel is dan gewenst in de toelichting tot uitdrukking te brengen dat de regels bijvoorbeeld vanwege hun normstellend karakter zijn opgenomen, zodat ook voor derden duidelijk is wat het karakter is van de gestelde regel. 6.Handhaving moet programmatisch, planmatig en cyclisch opgepakt worden. Wij stellen voor aan te sluiten bij de wijze van programmatisch handhaven zoals deze door de Stuurgroep “Handhaven op niveau” is uitgewerkt. Uitgangspunt is daarbij dat de handhavende afdelingen/bureaus jaarlijks een handhavingsprogramma voorbereiden/opstellen dat wordt vastgesteld door het college. Door middel van de begrotingscyclus/concernrapportage wordt hiervan verslag gedaan aan de gemeenteraad en in de media. 7.Het nog uit te werken Handhavingsprogramma gemeente De Ronde Venen bevat meetbare resultaten door het vaststellen van een gewenst niveau van naleving van de regels. Bij handhaving gaat het uiteindelijk om het te bereiken beleidsdoel. Aan het bereiken van dat doel draagt de handhaving bij door er voor te zorgen dat de naleving van regels op een gewenst niveau uitkomt. Bij het uitwerken van de handhavingsprogramma's zal dan ook zoveel mogelijk een meetbaar effect van de inspanningen moeten worden geformuleerd. Dat kan bijvoorbeeld door een maximaal toegestaan percentage geconstateerde overtredingen van een voorschrift vast te stellen. 8.Een ingezet handhavingstraject zal worden volgehouden tot de overtreding is opgeheven. De handhaving vindt plaats volgens het nog uit te werken Handhavingsprogramma gemeente De Ronde Venen. Wij stellen voor gemeentebreed de handhaving te laten plaatsvinden volgens het in het nog uit te werken Handhavingsprogramma gemeente De Ronde Venen op te nemen stappenplan. Met stap wordt hiermee gedoeld op een formeel-juridische bestuursrechtelijke handeling van uit de gemeente richting overtreder. De uitvoering van het stappenplan wordt zoveel mogelijk gestandaardiseerd in handhavingsprotocollen. Uitgangspunt is dat een ingezet handhavingstraject zal worden volgehouden tot de overtreding is opgeheven en dat verbeurde dwangsommen zullen worden geï nd. Indien er in een concrete situatie aanleiding is om af te wijken van dit uitgangspunt zal daarvoor door de handhavende afdeling/bureau een gemotiveerd voorstel ter besluitvorming worden voorgelegd aan ons college. 9.Eenmaal verbeurde dwangsommen worden ook geïnd. Voor het uitvoeren van een effectief handhavingsbeleid is het noodzakelijk dat eenmaal verbeurde dwangsommen ook worden geï nd, ook als bij een latere controle blijkt dat de overtreding inmiddels is opgehouden. Praktijk is nu nog dat een verbeurde dwangsom niet altijd wordt geï nd met als argument dat het uiteindelijke effect telt. Daarbij zou een onbedoeld signaal afgegeven kunnen worden dat gestelde termijnen niet serieus behoeven te worden genomen en de geloofwaardigheid van de gemeente De Ronde Venen als handhaver geweld wordt aangedaan. 10.De gemeente volgt het gedoogbeleid zoals geformuleerd in het kabinetsstandpunt Gedogen in Nederland (Tweede Kamer, vergaderjaar 1996-1997, 25 085). Voorgesteld wordt het door het rijk geformuleerde gedoogbeleid in hoofdlijnen te volgen. Mogelijk zal het rijksbeleid als gevolg van Europese regelgeving nog enigszins worden bijgesteld. Kort samengevat houdt het rijksbeleid in dat gedogen slechts in beperkte mate aanvaardbaar is: a. in uitzonderingsgevallen: a.1 als handhaving, bijvoorbeeld de uitoefening van bestuursdwang, tot aperte onbillijkheden zou leiden Gedogen kan in deze situaties aanvaarbaar of zelfs geboden zijn, mits de andere betrokken belangen door het gedogen niet onevenredig worden geschaad. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn in overmachtsituaties en soms ook in overgangssituaties, bijvoorbeeld bij de inwerkingtreding van nieuwe wetgeving. a.2 als het achterliggende belang evident beter is gediend met gedogen Met afspraken over de termijn waarbinnen en de wijze waarop naleving zal plaatsvinden kan soms meer worden bereikt ten behoeve van het door de wettelijke norm te beschermen belang dan met strikte handhaving. Dergelijke afspraken kunnen inhouden dat een deel van de normovertredingen (tijdelijk) zal worden gedoogd onder de voorwaarde dat op een bij de gedoogtoestemming bepaalde termijn volledige naleving wordt bereikt. a.3 als een zwaarder wegend belang gedogen rechtvaardigt Rechtsbeginselen kunnen er toe leiden dat ook andere belangen dan het door de norm te beschermen belang moeten worden meegenomen in de afweging. Als bijvoorbeeld van overheidswege inlichtingen of toezeggingen zijn verstrekt, die bij betrokkene (terecht) de verwachting wekten dat niet zou worden gehandhaafd, kan onder omstandigheden het vertrouwensbeginsel zwaarder wegen dan het belang dat met handhaving is gediend. b. mits tevens beperkt in omvang en/of tijd Gedogen moet zoveel mogelijk in omvang en/of tijd worden beperkt. Wij stellen voor, afhankelijk van de specifieke situatie, in beginsel een gedoogtermijn van maximaal 1 jaar aan te houden. Bij een “uitsterfconstructie” in een gedoogbeschikking ter beëindiging van permanente bewoning van recreatieverblijven kan onder omstandigheden een langere termijn worden toegepast. Indien zich één van de onder a. omschreven uitzonderingsgevallen voordoet, is dit gedogen uiteraard slechts aanvaardbaar zolang en voor zover de betreffende uitzonderingssituatie zich voordoet. Doet de uitzonderingssituatie zich niet meer voor dan moet alsnog tot handhaving worden overgegaan. Ook kan de noodzaak om te gedogen in bepaalde gevallen worden weggenomen door de gedoogde overtreding alsnog te legaliseren zoals via vergunningverlening, het verlenen van ontheffing of door aanpassing van de regelgeving indien daar aanleiding toe bestaat. Waar (tijdelijk) legalisering van de overtreding mogelijk is verdient dit altijd de voorkeur boven gedogen. c. na expliciete en zorgvuldige kenbare belangenafweging Elk gedoogbesluit dient door het bestuur, expliciet, schriftelijk en na zorgvuldige kenbare belangenafweging te worden genomen. Het gedoogbesluit dient uiteraard ook te voldoen aan de andere eisen die de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aan besluiten stelt, zoals de motiveringseisen. Alleen dan kan voor betrokkene(n) duidelijk zijn waar deze aan toe is/zijn en kunnen eventuele derdebelanghebbenden in staat worden gesteld daartegen rechtsmiddelen aan te wenden. Verder zal het gedoogbesluit volstrekt duidelijk moeten zijn over de gedragingen die gedoogd worden, de termijn gedurende welke dat het geval zal zijn en zo mogelijk voorwaarden moeten bevatten die aan het gedogen worden gesteld. Dit alles teneinde de afwijking van de wet zo beperkt mogelijk te houden. d. aan controle onderworpen Voor een geloofwaardig overheidshandelen is het van belang dat de gedogende instantie zelf controle uitoefent op de gedoogde activiteiten. Een actieve houding van de overheid is daarvoor vereist. Regelmatig moet worden gecontroleerd en in rapportages vastgelegd of de overwegingen die hebben geleid tot de beslissing af te zien van handhaving, nog actueel zijn. Indien aan de gedoogbeslissing voorwaarden zijn verbonden, dient te worden gecontroleerd of deze worden nageleefd. Zo niet, dan moet onmiddellijk tot handhaving worden overgegaan. 11.De handhavingsorganisaties zullen kwantitatief en kwalitatief waar nodig worden versterkt. Kennis, vaardigheden en budgetten worden afgeleid van het geformuleerde Handhavingsprogramma- en beleid. Handhaving is weliswaar sluitstuk van beleid, maar nog te vaak sluitpost op de begroting. Daar willen wij verandering in brengen door de benodigde middelen af te leiden van het geformuleerde beleid, uiteraard onder voorwaarde van optimale efficiency in de uitvoering. De door handhavende afdelingen/bureaus gevraagde middelen zullen zoveel mogelijk worden getoetst door benchmarking met andere handhavingsorganisaties. 12.De kwaliteit van de handhaving zal worden verbeterd door samenhang en samenwerking tussen het werk van de verschillende handhavers te bevorderen, zowel intern als extern. Aan de voorbereiders/opstellers van de jaarlijkse handhavingsprogramma’s zal worden gevraagd om de samenwerkingprojecten daarin op te nemen. Voor de samenwerking met interne en externe partners waaronder politie en openbaar ministerie, streven wij er naar deze zo veel mogelijk vast te leggen in schriftelijke handhavingsarrangementen en deze regelmatig te evalueren. Elke handhavende afdeling/bureau zal in principe zelf een dergelijk arrangement moeten voorbereiden. In de arrangementen zal onder meer duidelijk zijn geregeld op welke wetgeving het arrangement betrekking heeft, wat de beleidsuitgangspunten en doelstellingen zijn, wat de rol is van de deelnemers in het arrangement, wie voor welke overtredingen bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk optreedt en op welke wijze en op welk moment onderlinge informatieuitwisseling plaatsvindt.

Rechtspraak bij dit artikel