Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening eenmalig rioolaansluitingsrecht 2015

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. Gemeentelijkriool het gedeelte van de riolering dat bij de gemeente in eigendom en / ofbeheer is voor inzameling en transport van afvalwater, met inbegrip van de daartoe behorende rioolgemalen en persleidingen alsmede werken en installaties van overeenkomstige aard, inclusief de perceelaansluit- leidingen; alsmede het voor de openbare dienst bestemde gemeente- water; b.  Aansluitpunt het punt waar het particulier riool op de perceelsaansluitleiding wordtaangesloten (inclusief ontstoppingsstuk); c.  Perceelaansluitleiding riolering en de voorzieningen in eigendom en beheer bij de gemeente,gelegen tussen het gemeentelijk riool en het aansluitpunt; d.  Particulier riool de binnen de kadastrale eigendomsgrenzen van het aan te sluitenperceel gelegen binnen-, buiten- en terreinrioolleidingen tot aan het aansluitpunt; e.  Aansluiten op vrijvervalriool alle werkzaamheden en werken ten behoeve van het tot stand brengenvan de verbinding tussen een aansluitpunt en het gemeentelijk riool, waarbij het afvalwater via vrijvervalriolering wordt afgevoerd.; f.  Aansluiten op drukriool alle werkzaamheden en werken ten behoeve van het tot stand brengenvan de verbinding tussen een aansluitpunt en het gemeentelijk riool waarbij het afvalwater via een drukriool wordt afgevoerd g.Vrijverval riool het gemeentelijk riool voor het transport van huishoudelijk- en/ofbedrijfsafvalwater en/of hemelwater waarbij het water via vrijverval wordt afgevoerd; h. Drukriool het gemeentelijk riool voor het transport van huishoudelijk- en/of bedrijfsafvalwater (uitgezonderd hemelwater) waarbij het transport door het riool plaatsvindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk; i.  Perceel 1. een gebouwde roerende of onroerende zaak – of een gedeelte daarvan - die blijkens indeling en inrichting bestemd is om als zelf- standig afzonderlijk geheel t.b.v. een particuliere huishouding als woning te worden gebruikt; 2. een gebouwde roerende of onroerende zaak – of een gedeelte daarvan – die blijkens indeling en inrichting bestemd is om als zelf- standig afzonderlijk geheel t.b.v een niet woning te worden gebruikt.;

Rechtspraak bij dit artikel