In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
twee maanden later.
In afwijking van het eerste lid geldt:
in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één
aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 25,- en niet
meer is dan
€ 2500,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel
van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de
aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen.
De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van
het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens
een maand later.
in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één
aanslag bevat het bedrag daarvan, minder of gelijk is aan €
25,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de
aanslagen moeten worden betaald in één termijn. Deze termijn
vervalt één maand na de dagtekening van het
aanslagbiljet.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10.
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting bedrijventerreinen 2015