Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 10

Weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015

Bij het compenseren van beperkingen die een aanvrager ondervindt bij de maatschappelijke participatie wordt rekening gehouden met de keuzes die hij maakt in het leven. Daarbij mag verwacht worden dat een cliënt keuzes maakt die horen bij zijn individuele omstandigheden en rekening houdt met zijn beperkingen. Het college kent, onverlet bijzondere individuele omstandigheden, in ieder geval geen maatwerk voorziening toe op grond van deze Verordening als: de cliënt, eventueel met gebruikelijke zorg van de mensen die tot zijn leefeenheid behoren, mantelzorg of met hulp van zijn sociaal netwerk, de belemmeringen die hij ondervindt in voldoende mate kan compenseren door het anders organiseren van het dagelijkse leven of het huishouden; de cliënt de belemmeringen die hij ondervindt in voldoende mate kan compenseren door een algemene of algemeen gebruikelijke voorziening; de cliënt de belemmeringen die hij ondervindt in voldoende mate kan compenseren door gebruik te maken van een collectieve voorziening of een voorliggende voorziening op grond van een andere wettelijke regeling; de cliënt zich bewust in een situatie heeft gebracht waardoor hij, al dan niet opnieuw, aanspraak moet maken op een voorziening; deze als gevolg van de beperking van de belanghebbende voor zichzelf of voor derden onveilig is, gezondheidsrisico’s met zich meebrengt of niet bevorderlijk is voor de gezondheid of het functioneren van de cliënt; het een aanvraag voor een voorziening betreft waarin de cliënt zelf al heeft voorzien tenzij het college de noodzaak, adequaatheid en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen; in verband met de belemmering al een compenserende voorziening is verstrekt en de normale afschrijvingsduur voor deze voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan of niet voldeed als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan of niet voldeed of niet meer voldoet als gevolg van (gewijzigde) omstandigheden, zoals een verandering in de gezondheidssituatie van de cliënt die wel aan hem zijn toe te rekenen en de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten. een voorziening noodzakelijk is doordat de cliënt een eerder verstrekt persoonsgebonden budget (of financiële tegemoetkoming) heeft besteed op een wijze die niet voldeed aan de eisen die aan de verstrekking waren verbonden; er van de zijde van de cliënt geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen of de wijze waarop de woning is onderhouden; de cliënt niet zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente De Ronde Venen. deze als algemeen gebruikelijk kan worden aangemerkt voor de cliënt. dit niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het een voorziening voor hulp bij het huishouden betreft. Tenzij de cliënt leerbaar is, en de voorziening wordt verstrekt met het oog op ontwikkeling (art9 lid 3) indien als gevolg van behandeling de beperkingen zijn opgeheven. de voorziening niet in overwegende mate op het individu is gericht de voorziening voorzienbaar was, tenzij van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen waardoor de hulpvraag overbodig zou zijn geworden

Rechtspraak bij dit artikel