Een verlaging als bedoeld in artikel 9, eerste lid, wordt toegepast over drie maanden waarbij zowel aan de maand van oplegging als aan de twee daaropvolgende maanden een derde van de verlaging wordt toebedeeld.
Als sprake is van een verlaging op grond van artikel 18, vierde lid, onderdeel a, van de Participatiewet, vindt geen verrekening als bedoeld in het eerste lid plaats.
Hoofdstuk
Artikel 11
Verrekenen verlaging
Onderdeel van Verordening afstemming en handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Pijnacker-Nootdorp 2015