Het college ziet af van een verlaging indien:
a. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
b. de gedraging meer dan één jaar vóór constatering daarvan door het college heeft plaatsgevonden.
Het college ziet af van een verlaging indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
Indien het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan middels een besluit op de hoogte gesteld.
Hoofdstuk
Artikel 3
Afzien van verlaging
Onderdeel van Verordening afstemming en handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Pijnacker-Nootdorp 2015