Ten aanzien van de belastingplichtige aan wie over het vorige belastingjaar een aanslag werd opgelegd, wordt de belasting geheven naar hetzelfde aantal honden als waarnaar hij voor het laatst aangifte heeft gedaan, tenzij blijkt, dat bedoeld aantal honden waarover hij belastingplichtig is wijziging heeft ondergaan of dat zijn belastingplicht voor de aanvang van het belastingjaar is geëindigd.
Artikel 10. Termijnen van betaling.
1.De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan deeerste vervalt drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet en devolgende termijn drie maanden later.
2.In afwijking van het eerste lid geldt, dat indien het totaalbedrag van de op
één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag
bevat en het bedrag daarvan minder is dan € 1.600,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden
betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande,
dat het aantal termijnen tenminste vijf en ten hoogste elf bedraagt. De eerste
termijn vervalt een maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de
volgende termijnen telkens een maand later.
Artikel 9.
Continuering belastingplicht.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2015