Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek.
Voor het gesprek verschaffen de jeugdige en ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige en ouders verstrekken in ieder geval ter inzage een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
Als de jeugdige voldoende bekend is bij de gemeente, kan het college in overeenstemming met de jeugdige en ouders afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid.
Hoofdstuk
Artikel 2.3
Vooronderzoek
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Pijnacker-Nootdorp 2015