Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7.1

Nieuwe feiten en omstandigheden

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Pijnacker-Nootdorp 2015

Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige en ouders aan het college op verzoek of onmiddellijk uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het vaststelt dat: de jeugdige en ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de jeugdige en ouders niet langer op de individuele voorziening of het pgb zijn aangewezen; de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; de jeugdige en ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb, of de jeugdige en ouders de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor deze is bestemd. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen drie maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verstrekking heeft plaatsgevonden. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de jeugdige en de ouders opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de jeugdige en ouders en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. De extra kosten die het college maakt bij de invordering kan het college terugvorderen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel