Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie staat tot:
de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in artikel 10, 24, 37 en 49 te verlenen;
de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 10, 24, 37 en 49;
de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 10, derde lid, artikel 37, derde lid en artikel 49, derde lid;
de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 54, tweede lid, onder d;
een aanwijzing als bedoeld in artikel 55, tweede lid, tweede volzin.