**1..** Het is verboden om zonder of in afwijking van een vergunning in een gemeentelijk archeologisch monument als bedoeld in artikel 1, onder c of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder p, dieper dan 50 cm onder het maaiveld activiteiten uit te voeren als beschreven in artikel 2.2 van de Wabo.
**2..** Voor het bouwen van bouwwerken:
1°. in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde en indien de omvang van het te verstoren gebied kleiner is dan 1 ha, of;
2°. in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde en indien de omvang van het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m², of;
3°. in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde en indien de omvang van het te verstoren gebied kleiner is dan 50 m²,
waarvoor een vergunning is vereist, geldt dat deze uitsluitend mogen worden gebouwd nadat de aanvrager een archeologisch rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het college in voldoende mate is vastgesteld. Indien archeologische waarden worden aangetroffen, dient een advies te worden ingewonnen ten aanzien van de voorgenomen werken bij een stadsarcheoloog.
**3..** Het college kan met een vergunning afwijken van het bepaalde in het tweede lid mits aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
op basis van archeologisch onderzoek door een stadsarcheoloog is aangetoond dat er geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn;
op basis van archeologisch onderzoek door een stadsarcheoloog is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad;
er worden technische maatregelen getroffen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
er wordt archeologisch onderzoek door middel van opgraving uitgevoerd;
de bouw van het bouwwerk wordt begeleid door een stadsarcheoloog.