Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Maatstaf van heffing en tarieven

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2015

1.. De belasting als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor percelen, die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend in gebruik zijn als woonhuis, die worden bewoond door slechts één persoon en waaruit per jaar niet meer dan 500m³ water op de riolering wordt afgevoerd € 149,-- per jaar. 2.. De belasting bedraagt voor percelen, anders dan genoemd in lid 1, waaruit per jaar niet meer dan 500m3 water op de riolering wordt afgevoerd € 192,-- per jaar. 3.. Voor percelen, waaruit in het heffingsjaar meer dan 500m³ water wordt afgevoerd bedraagt de belasting € 0,38 per m³ afgevoerd water. 4.. Voor percelen, waaruit ten behoeve van bodem- dan wel grondwatersanering of bronbemaling ten behoeve van nieuw- en verbouw in het heffingsjaar meer dan 500 m3 water wordt afgevoerd, bedraagt de belasting € 0,05 per m³ afgevoerd water. 5.. Voor de berekening van in lid 3 en 4 bedoelde heffing wordt het aantal kubieke meters naar beneden afgerond op een veelvoud van 100. 6.. Het aantal kubieke meters water, als bedoeld in lid 2 en 3 wordt gesteld op 90% van het aantal kubieke meters water dat in het belastingjaar naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. 7.. In afwijking van het 6e lid wordt de berekende hoeveelheid verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd indien en voorzover laatstgenoemde hoeveelheid meer dan 10% bedraagt van de in het belastingjaar naar het perceel toegevoerde of opgepompte water. 8.. Aanslagen van minder dan € 5,-- worden niet opgelegd. 9.. Voor de toepassing van het bepaalde in het 8e lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één aanslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel