**1..** De belasting als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor percelen, die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend in gebruik zijn als woonhuis, die worden bewoond door slechts één persoon en waaruit per jaar niet meer dan 500m³ water op de riolering wordt afgevoerd € 149,-- per jaar.
**2..** De belasting bedraagt voor percelen, anders dan genoemd in lid 1, waaruit per jaar niet meer dan 500m3 water op de riolering wordt afgevoerd € 192,-- per jaar.
**3..** Voor percelen, waaruit in het heffingsjaar meer dan 500m³ water wordt afgevoerd bedraagt de belasting € 0,38 per m³ afgevoerd water.
**4..** Voor percelen, waaruit ten behoeve van bodem- dan wel grondwatersanering of bronbemaling ten behoeve van nieuw- en verbouw in het heffingsjaar meer dan 500 m3 water wordt afgevoerd, bedraagt de belasting € 0,05 per m³ afgevoerd water.
**5..** Voor de berekening van in lid 3 en 4 bedoelde heffing wordt het aantal kubieke meters naar beneden afgerond op een veelvoud van 100.
**6..** Het aantal kubieke meters water, als bedoeld in lid 2 en 3 wordt gesteld op 90% van het aantal kubieke meters water dat in het belastingjaar naar het perceel is toegevoerd of opgepompt.
**7..** In afwijking van het 6e lid wordt de berekende hoeveelheid verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd indien en voorzover laatstgenoemde hoeveelheid meer dan 10% bedraagt van de in het belastingjaar naar het perceel toegevoerde of opgepompte water.
**8..** Aanslagen van minder dan € 5,-- worden niet opgelegd.
**9..** Voor de toepassing van het bepaalde in het 8e lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één aanslag.
Artikel 5
Maatstaf van heffing en tarieven
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2015