Naar hoofdinhoud
1.. Het recht wordt geheven van de hoofdbewo(o)n(st)er van de woonwa­gen. 2.. Is de hoofdbewo(o)n(st)er overleden, dan wel door over­macht verhin­derd de woonwagen te bewonen, dan wordt voor de toepassing van het eerste lid één der in de woonwagen wonende personen als hoofdbe­wo(o)n(st)er aangemerkt, en wel in de volgende volgorde: echtgeno(o)t(e); bij gebreke van die(n), de oudste meerderjarige bloed­verwant in de rechte lijn; bij gebreke ook van die(n), de oudste bewoner van de woonwagen.

Rechtspraak bij dit artikel