Het college stelt de indeling van de begraafplaats en de inrichting van de grafvelden vast.
Graven en urnenplaatsen worden aansluitend op de reeds uitgegeven graven en urnenplaatsen uitgegeven.
Indien dit naar het oordeel van de directeur gewenst of niet bezwaarlijk is, kunnen ook op andere plaatsenals bedoeld in het vorige lid graven of urnenplaatsen worden uitgegeven.