De artikelen 8 en 9 moeten in onderlinge samenhang worden gelezen. In artikel 8 worden schendingen van verplichtingen uit de IOAW en IOAZ geformuleerd. De verwijtbare gedragingen die zijn genoemd in artikel 8, zijn ondergebracht in categorieën. Aan die categorieën wordt in artikel 9 een gewicht toegekend in de vorm van een verlagingspercentage. De categorieën zijn gerangschikt naar toenemende zwaarte. Een gedraging wordt ernstiger geacht naarmate de gedraging meer concrete gevolgen heeft voor het niet aanvaarden, verkrijgen of behouden van betaalde arbeid.
Indien de schending van de verplichting tot arbeidsinschakeling ook een schending van de inburgeringsverplichting, verlaagt het college de bijstand. In de Wet Inburgering (geldend op 31 december 2012) is bepaald dat het college een af kan zien van een boete (zoals opgenomen in de verordening Wet Inburgering) indien voor de dezelfde gedraging de bijstand kan worden opgelegd.