Naar hoofdinhoud
Lid 1 Artikel 4:93, vierde lid, van Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat verrekening niet mogelijk is voor zover beslag op de vordering nietig zou zijn. Concreet houdt dit in dat bij verrekening in beginsel rekening moet worden gehouden met de beslagvrije voet zoals deze zijn regeling vindt in artikel 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Zoals reeds aangegeven geeft de Participatiewet het college de bevoegdheid om deze bepaling in de eerste drie maanden na oplegging van de boete buiten toepassing te laten. Het college mag dus de openstaande boetevordering (zowel de recidiveboete als een wellicht nog openstaand bedrag in verband met de eerdere boete) in deze eerste drie maanden volledig met een eventueel bijstandsrecht verrekenen. Het college kiest ervoor om van de maximale bevoegdheid tot verrekenen gebruik te maken. De verrekening bedraagt 100% van de toepasselijke bijstandsnorm gedurende drie maanden. Lid 2 Is de recidiveboete opgelegd op het moment dat belanghebbende elders bijstand ontving dan is de verrekening van de recidiveboete eveneens 100% van de toepasselijke bijstandsnorm gedurende 3 maanden. Dit betekent als de recidiveboete opgelegd is door de gemeente Amsterdam en belanghebbende is verhuisd naar Heerlen en ontvangt inmiddels een uitkering van onze dienst dan kan de gemeente Amsterdam gedurende 3 maanden maximaal 100% van de toepasselijke bijstandsnorm verrekenen voor de recidiveboete.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel