Naar hoofdinhoud
1.. Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht. 2.. In deze beleidsregel wordt verstaan onder: de wet: de Wet werk en bijstand (stb. 2003, 375); belanghebbende: de persoon, die algemene bijstand ontvangt en die ten behoeve van zichzelf verzoekt in aanmerking te komen voor een overgangsregeling in het kader van deze beleidsregel; overgangsregeling: bijzondere bijstand voor de terugval in inkomen als gevolg van de wijziging van de norm; wijziging van de norm: de wijziging van de alleenstaande ouder norm naar de norm van een alleenstaande als gevolg van het feit dat het kind niet meer ten laste van belanghebbende komt of als het kind de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. alleenstaande ouder norm: de bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder van 21 tot 65 jaar als bedoeld in artikel 21 onder b van de wet, respectievelijk de bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder van 65 jaar of ouder als bedoeld in artikel 22 onder b van de wet; alleenstaande norm: de bijstandsnorm voor een alleenstaande van 21 tot 65 jaar als bedoeld in artikel 21 onder a van de wet, respectievelijk de bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder van 65 jaar of ouder als bedoeld in artikel 22 onder a van de wet; kind: het laatste eigen of stiefkind van belanghebbende dat in de bijstandsverlening aan belanghebbende was inbegrepen; ten laste komend kind: het kind jonger dan 18 jaar voor wie belanghebbende aanspraak op kinderbijslag kan maken; woning: een woning die geschikt en bestemd is voor permanente huisvesting. Tot de woning worden ook gerekend de bijgebouwen of opstallen die op de kavel waarop de woning gebouwd is, geplaatst zijn; een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; een door de overheid aangewezen ligplaats welke door een woonschip wordt ingenomen; indien een bewoner van een woonruimte voor het gebruik van voorzieningen afhankelijk is van een andere woning, kavel bestemd voor het plaatsen van een woonwagen of ligplaats wordt deze woonruimte geacht te behoren tot de woning, kavel bestemd voor het plaatsen van een woonwagen of ligplaats waarvan de voorzieningen worden betrokken college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel