Gedragingen van een belanghebbende waardoor één of meer van de
verplichtingen op grond van artikel 9 van de wet en artikel 37 IOAW
(desnoods voortvloeiend uit de ontheffing als bedoeld in artikel 9a van
de wet of artikel 39 IOAW) niet of onvoldoende worden nagekomen, worden
onderscheiden in de volgende categorieën:
Eerste categorie:
het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende
bij UWV Werkbedrijf of het niet tijdig laten verlengen
van deze registratie.
het niet of onvoldoende verrichten van een door het
college opgedragen tegenprestatie naar vermogen zoals
bedoeld in artikel 9, lid 1, sub c van de wet of artikel
37, lid 1, sub f IOAW.
Tweede categorie:
het niet meewerken aan het opstellen, uitvoeren en
evalueren van een plan van aanpak zoals bedoeld in
artikel 44a van de wet, indien van toepassing.
het onvoldoende nakomen van de verplichtingen zoals
bedoeld in artikel 9, lid 1 van de wet, voor zover het
gaat om een persoon jonger dan 27 jaar, gedurende 4
weken na de melding zoals bedoeld in artikel 43, lid 4
en 5 van de wet.
Derde categorie:
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te
verkrijgen.
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de
verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, sub b van de
wet, respectievelijk artikel 37, lid 1, sub e IOAW niet te
willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de
ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder
zoals bedoeld in artikel 9a, lid 1 van de wet, respectievelijk
artikel 38, lid 1 IOAW.
het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college
aangeboden voorziening als bedoeld in artikel 36, lid 1 IOAW en
artikel 37, lid 1, sub e IOAW.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3
Gedragingen niet zijnde gedragingen als bedoeld in artikel 18, lid 4 van de wet (zie toelichting)
Onderdeel van Afstemmings- en fraudeverordening Participatiewet en IOAW