Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 6

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemmings- en fraudeverordening Participatiewet en IOAW

1.. Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan zoals bedoeld in artikel 18, lid 2 van de wet, wordt vastgesteld op 20% van de bijstandsnorm. De duur van de verlaging wordt vastgesteld op de periode dat de belanghebbende zonder algemene bijstand had gekund. Hierbij geldt een minimumduur van 1 maand en een maximumduur van 3 jaar. 2.. Afstemming vanwege het niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 18, lid 4, sub a van de wet vindt niet op basis van dit artikel plaats. 3.. In het geval van bijzondere bijstand is de afstemming 100% van het theoretisch te verstrekken bedrag aan bijzondere bijstand. 4.. Onder tekortschietend besef van verantwoordelijkheid wordt in ieder geval gerekend: het verwijtbaar verlies van inkomen anders dan door beëindiging van het dienstverband; het te snel interen, danwel buiten het zicht overhevelen van vermogen; het geen gebruik maken, danwel het door eigen toedoen geen gebruik kunnen maken van voorliggende voorzieningen, waaronder sociale zekerheidsuitkeringen;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel