Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 3

Te verstrekken gegevens bij de aanvraag voor een tegemoetkoming

Onderdeel van Verordening Wet Kinderopvang Woudenberg 2005

1.. Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat: naam, adres en sofi-nummer van de aanvrager; indien van toepassing: naam en sofi-nummer van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de aanvrager: het adres van de partner; naam, geboortedatum en sofi-nummer van het kind of de kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft; een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per week, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang; gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de aanvrager behoort tot de groep personen als bedoeld in artikel 2 van deze verordening; overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming 2.. Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 3.. Indien de aanvrager een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner. 4.. Indien de aanvrager niet tot de doelgroepen uit artikel 2 sub a. tot en met f. behoort en de aanvraag voor een tegemoetkoming indient op grond van een vermeende sociaal-medische indicatie als bedoeld in artikel 23 van de wet, dient de aanvrager voorafgaand aan, of tegelijkertijd met de aanvraag voor een tegemoetkoming een aanvraag tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie in te dienen. Het college beslist eerst over deze aanvraag tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang, alvorens te beslissen over de aanvraag voor een tegemoetkoming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel