Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8

Tarief en berekening van de belasting

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting Binnenstad 2015

De belasting wordt geheven van elke onroerende zaak met een aankondiging van meer dan 0,25m². Het tarief van de reclamebelasting bedraagt bij een vastgestelde WOZ-waarde: a. tot € 50.000,- € 302,40 b. van € 50.000,- tot € 200.000,- € 352,80 c. van € 200.000,- tot € 400.000,- € 403,20 d. van € 400.000,- tot € 600.000,- € 453,60 e. van € 600.000,- tot € 800.000,- € 504,00 f. van € 800.000,- tot € 1.000.000,- € 554,40 g. van € 1.000.000,- tot € 1.200.000,- € 604,80 h. van € 1.200.000,- tot € 1.400.000,- € 655,20 i. van € 1.400.000,- tot € 1.600.000,- € 705,60 j. van € 1.600.000,- tot € 1.800.000,- € 756,00 k. van € 1.800.000,- tot € 2.000.000,- € 806,40 l. vanaf € 2.000.000,- € 907,20 Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken, wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken. Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting. Indien er sprake is van meerdere openbare aankondigingen worden, bij de berekening van de belasting, de oppervlakten van deze afzonderlijke aankondigingen bij elkaar opgeteld en gerekend als één openbare aankondiging. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen worden gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, wordt voor de berekening van de reclamebelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij artikel 7 van overeenkomstige toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel