Naar hoofdinhoud
1.. Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening een beleidsplan vast waarin wordt vastgelegd welke voorzieningen, waaronder ondersteunende voorzieningen, het college in ieder geval kan aanbieden, voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. 2.. Het college houdt bij het aanbieden van voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en de noodzaak van het verrichten van mantelzorg. 3.. Het college is bevoegd om, binnen de door de raad gestelde financiële kaders, voor alle in deze verordening opgenomen voorzieningen vooraf per voorziening per kalenderjaar een maximum vast te stellen voor het aantal te verstrekken voorzieningen en/of een maximumbedrag dat beschikbaar is voor de verstrekking van die voorzieningen. Als de benutting van de voorzieningen daar aanleiding voor geeft, is het college bevoegd om financiële middelen over te hevelen naar andere voorzieningen. 4.. Het college zendt tenminste eenmaal per twee jaar een verslag over de doeltreffendheid van het beleid aan de gemeenteraad. Het verslag bevat in ieder geval het oordeel van de cliëntenraad.

Rechtspraak bij dit artikel